Landelijke bezinning

Bezinningsbijeenkomsten

De werkgroep organiseert bezinningsbijeenkomsten. Onder de Agenda vindt u de actuele data.

Lezing landelijke bijeenkomst 2019

Inleider Mw. C. van Stam-van Gent

Uitkomen voor je anders gericht zijn: noodzaak of provocatie?
Lezing voor de landelijke bezinning van Ouders en familie Rondom op 14 juni 2019. 

Beste mensen,

Ik sta hier vanavond met schroom, en dat is nog zwak uitgedrukt. Want wie ben ik? Dat denk ik wel vaker hoor, voor een zaal vol mensen. Ik houd lezingen over uiteenlopende onderwerpen, maar meestal gaan die dan over wat ik zelf, door schade en schande heen soms, heb geleerd. Ik sta dan min of meer als ervaringsdeskundige voor een publiek dat belangstellend afwacht wat ik te zeggen heb. Ieder heeft een eigen reden om te komen, en ieder luistert op een eigen manier. Ik weet meestal niet wie het zijn, en waarom ze naar me komen luisteren.

Dit keer is het anders. Dit keer zijn jullie de ervaringsdeskundigen, en ik de leek. Ook jullie ken ik niet, en de motieven waarmee jullie gekomen zijn ook niet, maar toch denk ik dat de meesten van jullie gekomen zijn met een verhaal. Een gemeenschappelijk verhaal, al is ieders verhaal tegelijk ook weer heel anders. Maar jullie hebben denk ik een geschiedenis achter zich, een heel pijnlijke geschiedenis misschien. Die ik wel kan (proberen te) begrijpen, maar zelf niet heb meegemaakt.

De reden dat ik hier dan toch sta is dat ik sinds een jaar bestuurslid van Hart van Homo’s ben, de stichting die jullie vast wel kennen en die zich wil inzetten voor jongeren uit onder andere reformatorische hoek die anders geaard zijn.

Het belangrijkste dat ik sinds het afgelopen jaar geleerd heb, is het belang van uit de kast mogen/kunnen komen. En even belangrijk: een veilige bedding daarvoor vinden. Dus toen jullie voorzitter me een tijd geleden vroeg of ik een lezing zou willen geven dacht ik:  daarover zou ik wel iets willen zeggen. Of willen probéren te zeggen.

Met in het achterhoofd het besef dat jullie de ervaringsdeskundigen zijn, en niet ik.

Misschien zeggen jullie nu: nou, wij zijn ook niet de echte ervaringsdeskundigen. Wij zijn maar familie van, of ouders van…. Dat is ook waar. En in die zin zijn we gelijk vanavond, in onze bewogenheid met de échte ervaringsdeskundigen: de andersgeaarden. (die er mogelijk vanavond ook zijn)

Toen ik erover nadacht wat dan toch het verschil is, tussen ouders en familie van, en tussen professionals zoals ik zeg maar, dacht ik aan iets recents. Jullie hebben er vast ook over gehoord of gelezen. Een dominee uit de PKN, ongeveer 60 jaar oud, die in het nieuws kwam. Hij bleek een verhouding te hebben met een veel jongere vrouw, de vrouw van een ouderling uit zijn gemeente, en nu was er sprake van een zwangerschap. Hij kon er niet langer over zwijgen, en moest ermee naar buiten komen.

Jullie weten wat er dan gebeurt: kerkmensen zijn shocked. Een dominee die zo’n zonde begaat. En wat je dan ziet gebeuren, juist bij een dominee die ‘valt’, dat mensen hem als een baksteen laten vallen en er niks meer mee te maken willen hebben. Maar dominees zijn en blijven ook zondaren, die onze barmhartigheid nodig hebben.

Temeer daar ook  de “wereld” bikkelhard over zo’n verhaal heen valt, en je op internet de vuilste felste verwensingen kunt tegenkomen, waarbij niet zelden alle christenen weer over 1 kam worden gescheerd.

Je hoort zo’n bericht, je schudt verdrietig je hoofd, je denkt verbijsterd aan de puinhoop die dit moet veroorzaken in twee gezinnen, en in een gemeente. Je bidt of de schade beperkt mag blijven. Maar waar ik pas veel later aan dacht: dat rondom deze man vast ook nog een verdrietige, verwarde familie stond.

Daarover doordenkend realiseerde ik me dat ‘familie zijn van’ zo zijn eigen specifieke eenzame verdriet en pijn meebrengt. En dat maar weinig mensen daar echt oog voor hebben. Wie peilt in welke spagaat zo’n familie belandt… Aan de ene kant staat je broer, zwager, oom waar je van houdt maar die door zijn manier van doen geen liefde lijkt te verdienen. Aan de andere kant de pulp van de media die je over je heen krijgt, en die je je als familie van toch wel persoonlijk aantrekt.

Je wilt om je gevallen familielid heen staan, maar tegelijkertijd ben je zelf compleet in de war. Je wilt het voor hem opnemen, maar valt er wel iets op te nemen?

Wat wil ik zeggen met dit voorbeeld? In elk geval niet dat het uit de kast komen van je kind (al dan niet met een relatie) hetzelfde is als overspel. Wel geeft het denk ik aan hoe ingewikkeld het ligt als iemand die je dierbaar is, naar buiten treedt, uit de kast komt, met een verhaal dat heel moeilijk en verwarrend ligt. Waar mensen van allerlei kanten overheen vallen.

Misschien herkennen jullie je erin.

En misschien begrijpen jullie dan ook vanavond dat ik niet alleen wil praten over het uit de kast komen van anders geaarden, maar ook van hun ouders.

Ik ben ervan overtuigd geraakt dat ook jullie een stukje zielszorg verdienen, of op z’n minst een stevig hart onder de riem.

Wat betreft de hoofdvraag voor vanavond: is uitkomen voor je anders geaard zijn(of zoals ik het vanaf nu noemen zal: uit de kast komen) noodzaak of provocatie? De goede luisteraar heeft mijn antwoord eigenlijk al gehoord in het voorgaande, dus ik kan daar kort over zijn: ik vind het noodzaak.

Waarom? Omdat een jongere, maar in feite ieder mens geen keuzes kan maken, geen verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn daden, geen visie kan ontwikkelen als hij of zij niet eerst wéét, en erkent, wie hij is.

Dus: welke visie je ook hebt op homoseksualiteit. Of je nu zegt: het is zonde, het is een ziekte, het is een kwestie, of een scheppingsvariant. Van welke kant je ook komt: als je wilt dat jongeren keuzes maken, of dat nu de keuze voor een celibatair leven is, voor bekering, of voor het accepteren van een relatie, dan is de eerste stap altijd: uit de kast komen.

Zonder die eerste stap kun je anders geaarde mensen wel omringen met allerlei raadgevingen, je kunt ze morele verplichtingen opleggen, zeggen wat er allemaal wel en niet mag, wanneer ze wel en niet welkom zijn, maar als ze hun eigen bestaan en gevoelens niet hebben mogen erkennen, zullen ze nooit keuzes kunnen maken waar ze persoonlijk een levenlang achter blijven staan.

Dat is ook waarom wij bij Hart van homo’s vooral en in de eerste plaats een veilige plek willen creëren waar elke homo welkom is met welk verhaal dan ook.

Dus het antwoord op mijn hoofdvraag is bij voorbaat gegeven: uit de kast komen is noodzaak.

Ja zegt u misschien, maar het is ook wel heel erg mode. Slaan we tegenwoordig niet heel erg door in ‘mogen zijn wie je bent’  en mogen zeggen wie je bent?

Of zoals een oudere man aan mij vroeg: moeten we niet gewoon net als tot voor kort in het Amerikaanse leger een beleid van “don’t  ask, don’t tell” (niet vragen, niet vertellen) hanteren met betrekking tot LHBT’ers? Met andere woorden: als zij er niet over vertellen, en wij er niet naar vragen, hou je de problemen buiten. Of dan blijft het tenminste binnen de perken. Want ja, als je eenmaal begint met vragen, met praten, en met iets erkennen, is het hek ook van de dam.

Daar zit natuurlijk wat in, zoals alle principes in zekere zin iets goeds kunnen hebben. Bij mijn kinderen denk ik ook weleens: ik zou hierover een heel gesprek kunnen beginnen, maar misschien maak ik het dan juist erger dan het is. Rakel ik het teveel op.

Maar de andere kant is: wat niet, nooit gevoeld of erkend mag worden, vooral als het gaat over zoiets fundamenteels als een andere geaardheid, en gevoelens voor hetzelfde geslacht, dat gaat een eigen leven leiden. Dat zoekt een uitweg. En als je het dan niet vertellen mag, als je het gevoel hebt dat je er eenvoudigweg beter niet had kunnen zijn, dat jouw bestaan geen zin heeft, dan kan die uitweg fataal zijn. Ik weet van ouders die hun kind achter de laptop aantroffen, terwijl het sites over suïcidemethodes bekeek.

In dat licht zeg ik het: laat ze ermee voor de dag komen, laat ze tenminste mogen bestaan mét gevoelens en al. Laat ze er tenminste mee mogen thuiskomen.

In zijn nieuwe boek ‘Om het hart van homo’s’ onderscheidt Herman van Wijngaarden vier fasen als het gaat over homoseksuele jongeren die zichzelf ontdekken. Die fasen zijn

-erkenning (ik heb homoseksuele gevoelens/ik ben homo

– waardering (ook als homo ben ik schepsel van God)

– acceptatie (ik kan en mag als homo door het leven)

– verantwoordelijkheid (ik ben zelf verantwoordelijk voor hoe ik met mijn homo-zijn omga)

Die fasen spelen bij elke jongere zegt hij, in het ontdekken van hun seksualiteit, maar bij de meesten gaat dat min of meer vanzelf…althans tot de vierde fase. Bij homoseksuele jongeren kost het doorgaans veel meer moeite. En ze hebben onze hulp daarbij ook nodig.

Van Wijngaarden zegt: wanneer een jongere (of oudere) innerlijk afstand neemt van zijn homo-zijn, als iets wat er eigenlijk niet mag zijn,verhindert hem dat om er verantwoordelijkheid voor te dragen. Dat is kort en bondig samengevat waarom ik het ‘uit de kast komen’ noodzaak vindt.

Tegelijkertijd geeft dit aan hoe belangrijk de rol van mensen om hen heen is. Want hoe kun je jezelf accepteren als je homo-zijn gezien wordt als iets wat er eigenlijk niet mag zijn.

Zoals een jongeman mij vertelde: hij mocht pas weer bij zijn ouders thuis komen als hij zich zou bekeren van zijn homo-zijn. Iets wat hij onmogelijk kon.

Dit vraagt van ouders en familie rondom (Ofra’s noem ik jullie verder maar even) ook een heel proces, dat besef ik. Een proces dat niet altijd even goed gepeild wordt: noch van pastorale zijde, noch van de zijde van vrienden, bekenden en gemeenteleden. Ook Ofra’s moeten uit  kast komen. Soms zelfs meerdere keren, omdat er steeds opnieuw dingen zijn waarin je positie moet bepalen. Ga je naar de bruiloft van je lesbische dochter? En hoe ga je ermee om als er kleinkinderen komen?

Geloof me Christine, het is zó ingewikkeld….verzuchtte een ‘moeder van’ eens tegen me. En ik geloof dat met heel mijn hart, dat het zó ingewikkeld is.

Daarom wil ik het vanavond niet alleen laten bij de constatering dat uit de kast komen noodzaak is, en dat wij, dat jullie daar simpelweg alle ruimte voor moeten bieden. Hoe komen wij uit de kast, hoe doen wij dat? Op een manier die niet provocerend, maar heilzaam is. Ik denk soms dat wij te weinig stilstaan bij processen die heel moeilijk zijn, te weinig práktisch stilstaan. Vroeger had je boeken over wel-sterven bijvoorbeeld. Hoe sterf je goed?

Zo zou je nu ook de vraag kunnen stellen: hoe doen wij dit op een goede manier? Hoe leef ik met mijn andersgeaarde kind, hoe ga ik om met alle verschillende fasen?

Jullie hebben eerder een lezing gehoord van een seksuoloog, begreep ik, en van een dominee. Ik ben geen van beide. Ik dacht: ik doe het vanavond maar op mijn eigen manier. Ik moet het altijd hebben van verhalen, gelezen of gehoord, van heel goed luisteren en meeleven. Uit alles wat ik gelezen en gehoord heb, heb ik een aantal begrippen gedestilleerd die volgens mij essentieel zijn. Dingen die ik in elk verhaal opnieuw tegenkwam en waarvan ik dacht: als we die begrippen delen en bespreken kunnen die ons misschien helpen onze weg te vinden.  Let wel, het is geen ‘Uit de kast komen’ voor dummies. Het is ook geen stappenplan in de zin van: als je deze route volgt zit je altijd goed. Het is ook geen standenplan, waarbij je pas naar de andere stand over mag gaan als je de voorgaande goed hebt doorlopen. Zie het meer als markeerpunten, als stapstenen op de weg, een rode draad door je leven, waar we naar kijken. Die jullie erkenning geeft, en naar ik hoop ook herkenning. En die ons misschien ook wat houvast kan geven op ons levenspad door de woestijn.

Als ik deze stappen met jullie doorneem, doe ik dat niet theoretisch maar aan de hand van wat ik zelf heb gezien, gehoord, gelezen, geobserveerd. Of wat me is toevertrouwd als bestuurslid van HvH. Soms zal ik citeren uit gesprekken, soms zal ik putten uit het pastorale handboek van Herman van Wijngaarden, ook liet ik mij inspireren door het boek ‘Hoopvol leven’ van Wesley Hill. En ondertussen wil ik ook vanavond blijven luisteren naar jullie verhalen. Ik wil me dus ook vanavond laten informeren, corrigeren.

Dit zijn de stappen, de begrippen die ik wil langslopen.

Lef hebben
Lijden
Leren
Luisteren
Liefhebben
Lankmoedig zijn

De L is van…. Gaandeweg ontdekte ik dat er veel L’en tussenzaten, dus heb ik me in allerlei bochten gewrongen om ze allemaal met een L te laten beginnen.

Jullie kunnen je vast allemaal wel iets voorstellen bij deze begrippen. Jullie hebben er allemaal mee te dealen denk ik. De een meer met dit, en de ander meer met dat.

Dat eerste begrip komt waarschijnlijk wat vreemd over. Lef hebben. Wat bedoel ik daarmee? Nou eigenlijk: kwetsbaar zijn. Maar dat begint met een K, terwijl ik een L nodig had…

Wat heeft kwetsbaar zijn met lef te maken? Wij linken kwetsbaarheid eerder aan zwakte. Toch heeft kwetsbaar zijn juist veel met moedig en dapper zijn te maken. Bijvoorbeeld dat u hier vanavond bent. Dat is zowel kwetsbaar (anderen zien en ontmoeten u hier) als sterk. U bent gekomen. En daarmee bent u ook ergens voor uitgekomen.

Die vraag stelde ik ook op de ontmoetingsdag van Hart van homo’s: wat brengt u hier? Sommigen zeiden heel direct: vanwege mijn eigen homo-zijn. Anderen begonnen voorzichtig van: eens kijken wat jullie te melden hebben. Of ‘het nichtje van mijn buurvrouw heeft…’ etc. Maar als je dan even goed in die ogen keek dan zag je iets kwetsbaars. Ze waren hier voor zichzelf, of voor iemand die hen heel dierbaar was. En dat is dapper, ook al durf je het niet zomaar te vertellen.

Zo wordt er ook een stuk kwetsbaarheid ( lef!) van ouders en familie gevraagd, wanneer een kind of broer of zus uit de kast komt. Parallel daaraan loopt immers het proces: hoe komen wij daarmee voor de dag? Hoe treden we hem of haar tegemoet? En hoe praten we erover tegen vrienden familie en collega’s? Dat is ook uit de kast komen.

En het maakt je heel kwetsbaar. Want heel veel dingen weet je zelf nog niet, je bent er nog niet uit. Of je keel knijpt dicht van angst: wat gaat mijn zoon of dochter nu doen?

Een paar jaar geleden werden op televisie in de serie ‘Kijken in de ziel’ geestelijke leiders geïnterviewd. Daar was ook een hersteld hervormde dominee bij, ds van Binsbergen. Die kreeg plotsklaps de vraag wat hij zou doen als zijn zoon thuis zou komen met de mededeling dat hij homo was. Je zag ds van Binsbergen vrij lang nadenken. Toen zei hij tenslotte: ik zou hem eerst een knuffel geven en zeggen: wat ben ik blij dat je daarmee bij mij bent gekomen. Dát is nou kwetsbaarheid en moed tegelijk. In het openbaar zeggen eerlijk wat je voelt en ervaart, terwijl je niet weet hoe anderen daarover gaan oordelen.

Ik denk ook aan de moeder die op de Hart van Homo- ontmoetingsdag haar verhaal deed over de werkgroep die zij in hun eigen gemeente begon. Ze dacht: ik ben vast niet de enige ‘moeder van’, en organiseerde een avond, waar bijna niemand kwam. Toen heeft ze de stoute schoenen aangetrokken en sprak bepaalde mensen persoonlijk aan. In de zin van: ik wil me niet opdringen, maar volgens mij hebben wij iets gemeen…

Dat is ook kwetsbaarheid in de vorm van moed. Want je weet niet hoe je bejegend zult worden, of je relatie met deze mensen daarna misschien voorgoed voorbij is.

Ik denk dat kwetsbaar zijn steeds opnieuw van jullie gevraagd wordt, als je het contact met je kind goed wilt houden. En als je niet heel eenzaam en misschien verbitterd wilt worden. Je zult voor de dag moeten komen met je hart,  wetend dat anderen daar een oordeel over zullen hebben. Anderen die misschien helemaal niet begrijpen waar je inzit. En dat je soms net als ds. van Binsbergen zegt: ik houd van mijn kind, wat hij of zij ook gaat doen. Of: ook al deel ik zijn keuzes niet. Ik kan het niet beargumenteren, maar ik weet in mijn hart dat vóór alles liefhebben de beste weg is.

Onthoud dan: kwetsbaarheid  is geen zwakte, het is moed. Het is sterk.

Hierbij wil ik ook referen aan het bijbelgedeelte dat jullie voorzitter las aan het begin over de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw.

Het klinkt niet zo eerbiedig om te zeggen dat de Heere Jezus hier ook lef toonde, maar het is wel zo. Om het hart van deze vrouw te bereiken, overschrijdt hij grenzen waar de vrome joden heel veel belang aan hechtten. Etnische, religieuze, burgerlijke en morele grenzen. Maar het gaat de Heere Jezus hier vóór alles om contact met deze vrouw. Hij heeft haar welzijn op het oog, en daarvoor moet er contact tussen hen zijn.

Herman van Wijngaarden schrijft hierover: ‘Ook bij homoseksuele jongeren kunnen we grenzen ervaren – terecht of onterecht. We kunnen ons er niks bij voorstellen dat zij zich aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht. En misschien hebben we zo onze vooroordelen. Of we vinden het moeilijk om met hen om te gaan zonder te denken aan allerlei vragen over wat wel en niet mag. Dat kan ons verhinderen om onbevangen contact met hen te zoeken. Jezus geeft ons hierin een voorbeeld.’

Dat brengt mij naar het tweede begrip met een L: lijden. Ik heb even geaarzeld of ik dit begrip zou noemen, want het klinkt zo zwaar. Misschien zeggen jullie nu wel: nou…lijden. Dat valt voor mij wel mee. Dan denk ik eerder aan de vervolgde kerk. Of… Wie echt lijden zijn de anders geaarden die alleen door het leven moeten.

Het kan ook zijn dat u juist heel hard knikt en zegt: ja, het is een groot stuk lijden. Je kind gaat een weg die je niet begrijpt, en niet goedkeurt. De mensen zeggen er van alles van. Onbedoeld kwetsen ze me regelmatig met hun opmerkingen, zonder dat ze het in de gaten hebben.

En daarbij komt dan nog vaak de vraag: Heere, wat vindt U hier nu van? Hoe moet ik dit zien? Wat vraagt U van mij? Ik kom vaak genoeg tegen dat ouders het allemaal niet goed meer weten. Wat zegt de Bijbel nu wel en niet? Of wat een moeder me vertelde: mijn zoon ziet zijn vriend als een geschenk van God. Moet ik dan zeggen: sorry jongen, fout cadeau? Deze spanning kan ook pijn en lijden veroorzaken. Ik hoop er nog op terug te komen bij het begrip ‘Liefhebben.

Nu eerst naar Leren.  Maar misschien moet ik leren en luisteren samen nemen, omdat die alles met elkaar te maken hebben. Het is opvallend in Johannes 4 dat de Heere Jezus de vrouw uit laat praten. Hij laat haar eerst iets vertellen over de pijn die ze kennelijk ervaart over dat ze een Samaritaanse vrouw is. En dat de Joden geen omgang met Samaritanen willen hebben.

Jezus geeft haar ruimte om dit te zeggen en corrigeert haar niet. Hij pakt het wel op om de vrouw op een ander spoor te brengen.

Zo kan het ook zijn met homoseksuele jongeren, schrijft Herman van Wijngaarden. ‘Hoe kun jij, die van de kerk bent, aan mij vragen hoe het met mij gaat? Jullie willen toch geen omgang met mij hebben? Ook je zoon of dochter kan vanuit een dergelijke verwondheid bittere dingen zeggen.

Geef daar ruimte aan en luister. Laat de frustratie over de kerk eruit komen. Ga er niet tegenin, maar probeer als het kan op het spoor van God te komen. God die al onze dorst lessen kan.

Nu snap ik dat u denkt: maar wij zijn de Heere Jezus niet. Dat is helemaal waar. Wij hebben niet zijn volmaakte kennis, niet zijn volmaakte liefde, niet zijn wijsheid. Wij zitten zelf vol gebrokenheid en zonde, en verprutsen veel. Wij zijn zelf gebroken, ook op het gebied van seksualiteit. Het is goed om je dat te realiseren, dat maakt je tot een echt medemens voor een anders geaarde.

Wij kunnen ook niet onszelf aanbieden door te zeggen: je hebt mij toch. De Heere Jezus kan en mag dat zeggen. Maar Hij zegt ook: leer van Mij dat ik zachtmoedig ben. En ook staat er: indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van mij begere.

Wij staan niet alleen in het gesprek met ons kind, met andersgeaarden. Wij mogen leren van de Heere Jezus. En wij hebben Zijn belofte dat Hij wijsheid schenkt op het gebed.

Jezus luistert vol liefde. Hij forceert niets. Dat is heel spannend! schrijft Herman van Wijngaarden. Want deze vrouw leeft niet goed. Hij heeft reden genoeg om haar te veroordelen en haar dat ook te zeggen. Maar hij doet het niet.

Van Wijngaarden: ‘Wij kunnen geneigd zijn om ons in het gesprek met homoseksuele jongeren te focussen op de morele kanten van hun homo-zijn. Veroordeling kan dan zomaar de boventoon gaan voeren. Deze geschiedenis leert ons om daar heel voorzichtig mee te zijn. De liefde van Christus moet de toon van ons gesprek bepalen. Dat betekent niet dat we altijd goedkeuren hoe ze leven, dat deed Jezus bij de Samaritaanse vrouw ook niet. Maar als het gaat om de liefde van Christus, moeten we die liefde de ruimte geven om – op Gods eigen tijd en eigen manier – haar werk te doen in het leven van jongeren.

Om er zo in te kunnen staan is voor alles veel en dagelijks gebed nodig. Wat ook helpt, en onder het kopje ‘leren’ valt is het lezen van boeken. ‘Hoopvol leven’ bijvoorbeeld van Wesley Hill, een homo en christen uit Amerika die zeer openhartig zijn verhaal deelt. Of natuurlijk het boek van Herman van Wijngaarden. Of de heel oude roman ‘Gods gevangene’ van de schrijfster Wilma, die mij ook nog steeds ontroert als het over dit thema gaat.

Liefhebben

Ik heb er eigenlijk al veel over gezegd. Eigenlijk is liefhebben het grote sleutelwoord in heel de omgang met anders geaarden.

In de kerk komen homo’s heel veel nee’s tegen. Nee tegen relaties, nee tegen hun seksuele verlangens, vaak ook nee tegen hun homozijn zelf, hun erbij horen, tegen vriendschap met hen. Maar hoe moet je leven in een ‘nee-klimaat’? Dat is dodelijk. Het is heel begrijpelijk dat jongeren dan op zoek gaan naar een ja-klimaat. IN andere kerken, andere vriendenkringen, in een relatie.

Ik hoop dat wij als HvH, maar ook jullie als Ofra’s kunnen bijdragen aan een ja-klimaat. Want een homo is zoveel meer dan iemand die seks wil met iemand van hetzelfde geslacht. Zien en benoemen we ook hun mooie gevoelige kanten, hun zorgzaamheid, hun creativiteit? En, als ze nog single zijn, kunnen we hen dan ook iets van intimiteit bieden?

Seksualiteit is veel breder dan seks hebben alleen. Het is ten diepste het verlangen naar verbinding, naar intimiteit. Dat kan op heel veel manieren vorm krijgen. Manieren die niet zondig zijn. Een openhartig gesprek is intiem, samen huilen is intiem, een omarming is intiem.

Wat kunnen wij, wat kan de kerk betekenen in de eenzaamheid van homo’s en lesbiennes?

Ik wil benadrukken dat liefhebben iets actiefs is. Liefde is positief-actief. Lees 1 Korinthe 13 maar. Daar staat niet alleen wat de liefde allemaal niet is, maar ook wat zij wél is. Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

Over dat laatste ‘De liefde verdraagt alle dingen’ heb ik lang nagedacht. Het lijkt alsof er staat: als je maar liefhebt, mag je eigenlijk niks meer veroordelen. Dan ben je veroordeeld tot alleen maar liefhebben. De liefde verdraagt aáaaaalle dingen! Maar liefde is niet iets wat alles maar laat gebeuren uit naam van de liefde. Liefde is iets veel stevigers dan ‘ik blijf van je houden hoor, wat je ook uitspookt.’

In een meditatiebundel over 1 Korinthe 13 kwam ik tegen dat je het eigenlijk zó moet lezen: de liefde verdráágt alle dingen. Het is een actief verdragen, en ook meedragen. Paulus zegt hier dat de liefde het in alle omstandigheden uithoudt en volhoudt.

Maar hoe zit het dan, vraagt u, met mijn liefde tot God? Wat als de liefde voor mijn kind botst met mijn liefde tot God en Zijn geboden? Moet ik dan kiezen? Moet ik de liefde voor mijn kind dan opofferen aan mijn liefde voor God? Is dat wat Hij vraagt? Dat is misschien de meest moeilijke vraag in heel deze kwestie. Het is ook een heel terechte vraag.

Herman van Wijngaarden zegt dat er altijd een spanning zal blijven bestaan tussen Gods barmhartigheid in dezen, en zijn rechtvaardigheid. Welke kant kies je dan? Welke benadering van je kind, de barmhartige lijn of de rechtvaardige?

Ik denk dat de enige weg is om middenin deze spanning te blijven staan. God is niet te splitsen. Christus heeft tot het einde toe zijn liefde en rechtvaardigheid bij elkaar gehouden.

Zelfs kun je zeggen: deze liefde, de liefde van Christus is onhoudbaar zonder zijn rechtvaardigheid. Want het was uit naam van deze liefde dat Hij aan het kruis ging. En daarmee recht deed aan Gods rechtvaardigheid.

Wij hoeven niet meer aan het kruis omwille van de rechtvaardigheid.

Laten we bidden om vervulling met Gods liefde, de liefde die eerlijk is, en toch blijft liefhebben tot het einde. Ik geloof dat dat de weg is, zonder dat alle vragen opgelost zijn.

Of zoals de al eerder genoemde moeder mij schreef:

“In mijn hele zoektocht naar antwoorden op die ingewikkelde vraag, heb ik tot nu toe maar één antwoord gekregen:

‘Heb lief, zoals Ik liefheb.’ Als een terugkerend refrein… door alle scheuren en gaten heen.

Misschien moet ik het zoeken naar antwoorden maar aan anderen overlaten,

en zij mogen antwoorden geven (ook niet gewenste), als de ondertoon van de liefde er maar in doorklinkt.”

Het laatste woord hierover is niet gezegd, en kunnen wij misschien ook nooit zeggen. Is God barmhartiger dan wij denken? Begrijpt hij dat single-zijn voor sommige andersgeaarden een onbegaanbare weg is, een weg die wij hen daarom nooit zullen kunnen opleggen? Of is Hij juist rechtvaardiger dan wij denken? En zal dat op de oordeelsdag blijken?

In die zin worden we geroepen Lankmoedig te zijn. Dat mooie oude woord wilde ik er ook nog even bij noemen. Lankmoedig betekent: het uithouden met moeilijke dingen, met moeilijke relaties, totdat de tijd rijp is. Lankmoedig zijn betekent in bijbels licht voor ons: onze dierbaren overgeven in de handen van een barmhartig God. Wachtend tot God Zelf spreekt. Tot Hij alles opheldert. Tot Hij terugkomt. Lankmoedig zijn betekent het totale leven, en de mensen om ons heen,  in eeuwigheidsperspectief zien.

Dat is ook hoe Wesley Hill zichzelf ziet, in zijn boek Hoopvol leven (dat in het engels washed and waiting heet). Gewassen van zonde, nog wel met een zondige aard en geneigdheid, maar toch gereinigd in Christus bloed, ziet hij zichzelf als een wachtende, zijn leven staat voortdurend in de wachtstand. Het is een leven met onvervulde verlangens, maar nochtans een vervuld leven. ‘Ik ga er niet minder maar meer ten volle van leven.”

‘Zo God het geeft, zullen wij, homoseksuele en lesbische gelovigen, die gewassen en gereinigd zijn, en met goede hoop wachten op de opstanding van de doden, over dertig, veertig of vijftig jaar nog steeds degenen zijn die gereinigd zijn en nog steeds in afwachting, volhardend in de hoop op eeuwig leven.”

Nadenkend over mijn lijstje met L’en, dacht ik aan het einde: misschien moet er nog eentje bij, aan het einde: loven. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen het mee kan maken vanavond, dat niet iedereen met heel zijn of haar hart God kan loven voor het leven dat we gekregen hebben. Soms is er eerder reden tot rouwen en klagen. Toch zou ik willen eindigen met een lofprijzing, omdat dat soms juist het beste is wat we kunnen doen. De beste troost voor een verwond hart, is het lofprijzen van God, ondanks alles. Dat moeten we niet vergeten.

Halleluja! Lof zij het Lam,
die onze zonden op zich nam,
wiens bloed ons heeft geheiligd;
die dood geweest is, en Hij leeft;
die ’t volk, dat Hij ontzondigd heeft,
in eeuwigheid beveiligt!

 

2 Aanbidt de Vader in het woord!
Aanbidt de Zoon, aan ’t kruis doorboord!
Aanbidt de Geest uit beiden!
Van zijn gemeenschap, zijn gena,
zijn liefd’ en trouw, halleluja,
zal ons geen schepsel scheiden.

 

 

 

 

 

Mensen met een andere geaardheid