Landelijke bezinning

Bezinningsbijeenkomsten

De werkgroep organiseert bezinningsbijeenkomsten. Onder de Agenda vindt u de actuele data.

Lezing landelijke bijeenkomst 2017

Inleider Paul Eikelboom

Homoseksualiteit en kerkverlating

Lezing voor Ouders en familie Rondom, 16 juni 2017

Dit zijn twee grote onderwerpen in één lezing. Ik zeg er wat over, en voor de persoonlijke toespitsing is daarna tijd en ruimte.

Structuur – elementen van de lezing:

– Kerkverlating – algemeen en verbonden met homoseksualiteit

– De moeizame discussie homoseksualiteit en kerk in deze samenleving

– Belang van toegankelijke contacten in pastoraat

– Proces van kerkverlating: stapsgewijze vervreemden van je context in een samenleving die volwassenheid niet als doel heeft

– Homoseksualiteit en de kerk – negatieve en positieve factoren in de kerk

– God, Zijn Woord, de kerk hebben homoseksuele mensen (en ieder mens) alles te bieden

Kerkverlating

Over kerkverlating is veel nagedacht. Bekend is het recente onderzoek van W. Fieret dat leidde tot de publicatie Verbinders, schakelaars & ontkoppelaars in uw gemeente.

Dit onderzoek bekijkt hoe jongeren staan in deze wereld en hun milieu van gezin en kerk.

* Met verbinders bedoelt Fieret de jongeren die zo serieus mogelijk proberen de verbinding te leggen en vast te houden tussen hun bijbelse opvoeding, vorming èn hun dagelijkse leven.

* Met schakelaars duidt hij de jongeren aan die tamelijk gemakkelijk heen en weer schakelen tussen bijbelse en wereldse waarden en normen, al naar gelang de setting waarin ze zijn. Twee werelden lopen zo parallel naast elkaar.

* De ontkoppelaars zijn degenen voor wie de bijbel geen werkelijke betekenis meer heeft. Lezen en bidden doen ze niet meer.

Over zes kerkverbanden heen bekeken komt Fieret op 26% verbinders, 68% schakelaars en 6% ontkoppelaars. Dit zijn sociologische aanduidingen die ook een inkijkje geven in de verbondenheid van  jongeren met kerk, prediking en catechese.

Maar het is een grote stap te ver om dit als voorspellende kerkverlatingspercentages te beschouwen.

Het zou zomaar kunnen dat de percentages onder volwassen kerkleden die een tamelijk trouwe kerkgang hebben niet veel afwijken van deze cijfers uit de leeftijdscategorie 14-21 jaar.

De indeling verbinders, schakelaars, ontkoppelaars is voorzover ik weet niet op homo’s en lesbi’s toegepast. Toch is dat geen vreemd idee: ook onder hen is deze verdeling te vinden.

Betrouwbare cijfers over kerkverlating en zeker door homoseksualiteit zijn moeilijk te verkrijgen, maar bij enquêtecijfers kun je met wat creativiteit ook toedelen naar drie groepen van Fieret.

Een enquête uit 2007 onder 260 homo’s, lesbiënnes en biseksuelen met een kerkelijke achtergrond gaf als beeld:

– 20% gelooft nog, zonder kerk

– 15% heeft lidmaatschap opgezegd

– 13% is nog wel lid, maar gaat niet meer naar de kerk

– 20% is lid en gaat wel regelmatig naar de kerk

– 10% is overgestapt naar een andere kerk

Wees voorzichtig met de cijfers, het zijn globale uitkomsten. Verder heeft deze enquête bij diverse kerken slechts een beperkt aantal reacties opgeleverd en is zij dus niet representatief. Bovendien zijn er homo’s die zich niet bekend maken en onder de radar van  onderzoek blijven. Zo kan het percentage dat bij de kerk blijft hoger liggen. Er zijn veel ontkoppelaars, maar er zijn ook schakelaars en verbinders. De ontkoppelaars zijn zichtbaarder dan de verbinders.

In de discussie over homoseksualiteit in de kerk kun je kijken naar de individuele leden die afscheid nemen van hun kerk vanwege moeiten rond homoseksualiteit.

Vergeet echter niet de diepe verdeeldheid van diverse kerken op hun vergaderingen en synodes over hoe hierin de Bijbel gelezen en gewogen moet worden. De kerkelijke discussies over standpunten rond homoseksualiteit houdt kerken al jaren in de greep. Er nemen vanwege dit thema gemeenten afstand of afscheid van kerkverbanden.

De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben in 2013 een gedegen studierapport vastgesteld. Dat heeft de discussie in de kerken niet tot zwijgen gebracht maar het rapport is waardevol.

Moeizame discussie, karikaturen en de kerk

De discussie homoseksualiteit en kerk is moeizaam. Voor alles is een evenwichtige, brede benadering nodig van wat God in Zijn Woord zegt. Onze cultuur en de lobby daarbinnen hebben de discussie -vanuit de visie dat de verlangens gerealiseerd moeten worden- verengd tot: bent u voor of tegen homo’s? Bovendien is er geen begrip voor onderscheid tussen gerichtheid/oriëntatie èn levenspraktijk.

Mag het wel of mag het niet? Dàt zijn de twee smaken waaruit gekozen kan worden, waarbij ‘niet’ het foute antwoord is omdat dit het verlangen frustreert.

In de afgelopen tientallen jaren zijn verlangen, lust, seksualiteit en seksuele oriëntatie verheven tot de kernidentiteit van het menszijn. Zij zijn centraal komen te staan. Vanuit de eis om daar ruimte aan te geven wordt de agenda bepaald.

Een artikel uit Trouw illustreert dit en maakt het klimaat duidelijk dat we inademen:

Op 20 februari 2014 schreef Trouw: Stel, je groeit op in een reformatorisch milieu: je familie stemt SGP en je gaat naar een kerk waar de Bijbel (bij voorkeur de Statenvertaling uit 1637) van kaft tot kaft wordt geloofd, zoals de gereformeerde gemeenten of de Hersteld Hervormde Kerk. En dan ontdek je dat je homoseksueel bent. Waar moet je dan naar toe? Als je in de kerk open bent over je gevoelens, word je voortaan geweerd van het avondmaal en vermoedelijk uit de gemeenschap verbannen. Als je kiest voor een strikt celibatair leven kun je in de kerk blijven, maar iedereen zal je aankijken alsof je een handicap hebt.

Ruard Ganzevoort maakt de karikatuur in dat artikel verder af:

In de perceptie van mensen uit een streng gereformeerd milieu liggen homoseksualiteit en incest in dezelfde sfeer, vertelt Ruard Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ganzevoort doet veel onderzoek naar homoseksualiteit in (orthodox-)protestantse kerken. “In de buitenwereld wordt er over seks gesproken in het kader van: je moet authentiek zijn. Maar in de reformatorische wereld wordt over seks gesproken in het kader van morele grenzen en zonde. Onder de noemer van ‘zonde’ vallen alle vormen van niet-geoorloofde seks.”

Jan Hoek wordt als volgt in dit artikel geciteerd:
“Met name in de gereformeerde gemeenten is er weinig openheid over homoseksualiteit. Daardoor is er een enorme drempel om plaatselijk pastorale vragen te stellen.”

Vervolgens ziet Ganzevoort met Wielie Elhorst van de LKP een verschuiving ten goede. Een verschuiving van de Bijbelse waarden en normen naar de norm van ik-voel en verlang.

Ganzevoort licht toe dat jongeren in refokring steeds meer een ‘romantisch liefdes-ideaal’ najagen, net als in de seculiere buitenwereld. Authentiek zijn aan jezelf, je leven delen met iemand die alles voor je is: dit model begint ook in refokringen opgeld te doen. “Dat is een andere benadering dan wanneer je begint met de vraag of iets wel of niet zondig is. Niet dat dit oude model helemaal is losgelaten. Maar reformatorische jongeren vinden het wel steeds moeilijker om de liefdesrelatie uit te zonderen voor homoseksuelen. Die cultuurverschuiving in de orthodoxie zie ik steeds explicieter terugkomen. En dat proces stop je niet zomaar.

Hier denkt Hoek wat anders over: Ook al gaat de ‘gedachtenvorming’ over het onderwerp door, tot wezenlijk andere standpunten zal die niet leiden; dankzij een strikte bijbeluitleg blijven die onwrikbaar. Hoek: “In de breedte gaat de discussie over pastoraat en homoseksualiteit gewoon door. Maar het principiële standpunt ligt erg vast.”

Tot zover Trouw

De kerk moet zich de agenda niet laten dicteren door de seculiere visie waarin gevoelens en zelfrealisatie op mijn eigen manier centraal staan.

De kerk zal op moeten durven staan en een andere mensvisie moeten propageren, haaks op deze versmalde mensvisie. Dat is een visie vanuit de Bijbel die vanuit de schepping en Gods doelen en waarden tot kader en uitgangspunt stelt. In het rapport van de CGK 2013 is deze lijn aanwezig. En ook auteurs als Rosaria Butterfield en Kevin DeYoung hebben op diverse manieren dit thema aan de orde gesteld. DeYoung zegt het zo: Als je niet wordt overtuigd door de taalkundige, logische en exegetische argumenten, vraag ik af om je dubbel af te vragen of het werkelijk de argumenten zijn die je niet overtuigend vindt. Onze gevoelens doen ertoe. Onze verhalen doen ertoe. Onze vrienden doen ertoe. Maar uiteindelijk moeten we de Schrift onderzoeken om te zien wat er het meeste toe doet.(p.22)

Kerkverlating ga je niet tegen door wat de Bijbel zegt, aan te passen aan de moderne toonsoort van wat Ik nodig heb of verlang. Liberale kerken met ruime standpunten houden vaak leden niet vast. Het onderscheid tussen kerk en niet-kerk vervaagt en er zijn geen steekhoudende redenen meer om er naar toe te gaan en te luisteren wat de Bijbel heeft te zeggen.

Het proces van ledenafname is ook te zien bij ‘striktere’ kerken, maar duidelijk langzamer. Hoe vager de grens tussen kerk en wereld wordt, hoe logischer verlaten van de kerk is.

Pastorale contacten, catechese

Naast bestrijding van de karikatuur en opgedrongen versimpelde keuze, moeten we ook naar onszelf kijken. Vragen we ons als kerk(leden) af hoe wij rondom de mensen kunnen staan die worstelen met deze gevoelens en met hen meestrijden. Nodigen wij de alleengaanden uit in onze gezinnen? Voelen zij zich volwaardig onderdeel van de gemeente? Dat zijn prangende vragen, zeker in onze gereformeerde gezindte met de radicale oordelen en veroordeling van mensen die anders zijn.

Er zijn homoseksuelen die afscheid nemen van het geloof en een relatie aangaan. Er zijn er ook die een relatie in liefde en trouw aangaan en bij een kerk blijven. Er zijn er ook die bij de kerk blijven en om Gods Woord geen relatie aangaan. De laatste groep heeft het niet zo gemakkelijk: zij kan zomaar in de kerk klem komen te zitten tussen degenen die zich veroordelend uitlaten en degenen die pleiten voor meer ruimhartigheid dan de Bijbel toelaat. De laatsten lijken me de meest belastende mensen.

Pastoraat is nodig. Iedereen die pastoraal actief is, kent mensen die afscheid nemen van de kerk. Vaak zijn dat mensen tussen 18 en 25 jaar. Niet iedere jongere die van kerk verandert, is kerkverlater. Er gaan ook jongeren over naar aanverwante kerkverbanden en meestal beschouw ik hen eerder als ‘kerkverhuizer’. Verkering, vertrek naar een plaats met een gemeente die niet de eigen smaak is, of niet fundamentele, uiterlijke kwesties zijn nogal eens de reden om van de ene kerk naar de andere kerk te verhuizen. Het is jammer als er niet zo veel hartelijke verbondenheid is met de kerk waar je gedoopt en opgegroeid bent, maar kerkverhuizing blijft wat anders dan het geloof vaarwel zeggen.

Homoseksualiteit, contact, kerkverlating

Vooral van de cognitief sterke jongeren kun je tijdens de catechisatie pittige vragen verwachten. “Hoe weet je zeker dat je een nieuw hart hebt gekregen? Waarom twijfelen Gods kinderen steeds? Mogen vrouwen ambtsdrager worden? Wat vindt u van samenwonen? Hoe is het kwaad ontstaan? Waarom laat God toe dat IS zoveel kwaad aanricht? Ben ik nog wel zelf verantwoordelijk als God alles bepaalt? Waarom gebruiken we nog steeds de SV? Wat vindt u van IVF? Zijn er onze gemeente ook homo’s?”

Het is buitengewoon belangrijk om voor deze jongeren en hun vragen beschikbaar te zijn en ze niet met een kluitje in het riet te sturen. Doe je het laatste dan heb je misschien je laatste kans verspeeld. Het is ernstig als jonge mensen afscheid nemen omdat zij geen serieuze antwoorden hebben gekregen op serieuze vragen en zich daardoor vervreemd voelen van Bijbel en kerk.

Contact met jongeren is een levensader van de gemeente. Dat geldt ook voor jongeren die geen vragen stellen en stil luisteren. Of voor jongeren die al die discussies niet mee kunnen maken, rechtlijnig denken en stevige, soms grove uitspraken doen. Hoe vaak zitten daar geen beledigende opmerkingen over homo’s tussen? Daar moet je direct bij zijn om bij te sturen. Gééf respect en vráág respect.

Tijdens catechisatie bereik je de meeste jongeren. Daarbij heeft de kerk twee grote kansen en doelen: bereik en behoud.

* Bereik: je komt dichtbij de meeste jongeren die je anders niet ziet. Wanneer krijg je ooit de kans om ruim 25 keer in een jaar met bijna alle jongeren van je gemeente te spreken over de kernthema’s?

* Behoud: doordat je jongeren zo vaak ziet kun je kernelementen uit Gods Woord delen met hen. Elementen die ze alleen vanuit de Bijbel meekrijgen. God en mens, zonde en genade, respect en opoffering, waarden en normen, gebed en levenspraktijk. Dat wijkt af van de wereldse thema’s.

Vragen over geaardheid, oriëntatie of gerichtheid op jongeren met gelijke sekse spelen vaak al op jonge leeftijd. Alleen met open contacten met jongeren is er een kans op gesprek daarover.

Context, inbedding en kerkverlating

Homoseksualiteit en kerkverlating kennen een complexe samenhang. Het wordt nog ingewikkelder als je ook het gezin en de vriendengroep erbij betrekt. Niet alles kan nu besproken worden. Wel is duidelijk dat persoonlijke factoren en de context van gezin, vrienden, kerk een rol spelen.

In algemene zin verloopt het proces van kerkverlating vrijwel altijd in fasen.

Ik vat die versimpeld samen met de kernwoorden: 1. verschillen – 2. terugtrekken – 3. gaan

Wat gepreciseerd:

-1.a je krijgt vragen, je gaat anders denken, je voelt je daar alleen in staan

-1.b je gaat vragen stellen, je krijgt geen voor jou bevredigende antwoorden

-2.a je trekt je terug op je eigen standpunten, je denkt na over de richting waarheen jij wilt

-2.b je wordt minder actief, je gaat naar andere kringen (vrienden, kerken, subculturen)

-3.a je wordt duidelijk over je andere standpunten

-3.b je neemt afscheid

Niet bij iedereen verloopt het zo cognitief. Het kan wat minder subtiel gaan. Toch zijn er fasen.

Bij homoseksuele jongeren en volwassenen speelt dit proces ook. Het heeft naast de algemene identiteitsvragen die richting volwassen worden spelen nog een concrete voedingsbodem vanuit de vragen over de seksuele oriëntatie en wat daarmee te doen. Het kan zich daarop fixeren, maar er is altijd een bredere crisis gaande.

Hoe dan ook: voor dit proces moet de kerk aandacht hebben. We kunnen niet ontkennen dat er in de kerk soms gespannen of zelfs bot gereageerd wordt op vragen rond seksuele gerichtheid. Dan is de kerk onveilig. Dat geldt beslist ook voor de jongeren onderling.

Toch is er ook een andere kant: ook in veilige gezinnen en in een kerk met mogelijkheden voor gesprek, houden mensen met een homoseksuele gerichtheid zich soms buiten het gesprek en de ontmoeting. Men zwijgt. Voordat het tot een coming out en gesprek komt, is het besluit al gevallen, en is er is al een conclusie getrokken over de kerk. Zo kan kerkverlating zich in de beleving van ouders en ambtsdragers snel voltrekken, terwijl een lang proces al bijna voltooid is als het openbaar komt.

De enige vraag die je dan in pastoraat soms nog gesteld krijgt is of een seksuele relatie met iemand van dezelfde sekse toegestaan is of niet. Als dat de enige vraag is, is een gesprek met enige diepgang feitelijk uitgesloten. Het lukt dan niet meer om samen te beginnen bij het begin van de Bijbel.

Vaak ging er een langer proces aan vooraf. Langere tijd was iemand aan het losraken van de context. Gevoelens van eenzaamheid en het ontstaan van isolement kunnen optreden, maar ook dat hoeft niet het geval te zijn. Men kan nog meedoen in vriendenkringen.

Ik zou het vervreemden en losraken van de eigen context van gezin, kerk, school dé factor willen noemen die kerkverlating faciliteert. Jongeren kunnen vragen hebben, kritiek uiten, maar zolang zij stevig in hun context zitten vervreemden zij niet. (vgl. Fieret, p. 25) Zolang er relevante verbindingen blijven met integere identificatiepersonen, ontkoppelen zij niet snel. Zolang er een bredere kijk blijft op christen zijn en toepassen van de Bijbel in je dagelijkse leven, blijft er bereidheid tot kijken in de spiegel van de Schrift. Dit geldt zeker voor jongeren die een gezonde ontwikkeling naar volwassenheid meemaken.

Het is duidelijk dat wanneer onze jongeren op zichzelf teruggeworpen of afgescheept worden met formele antwoorden op belangrijke vragen, dit vervreemding en weggroei in de hand werkt. Zij raken hun binding met hun milieu vanzelf kwijt.

Als iemand losgeraakt is van de context en overgegaan is op de seculiere benadering met als enige vraagstelling: mag ik naar mijn gevoelens, verlangens en oriëntatie leven of niet, dan is het proces van vervreemding al ver gevorderd.

Zo’n proces kan zich vanaf een jaar of 11, 12 langzamerhand opbouwen, het kan ook iets zijn wat vanaf ongeveer 16 jaar sneller en radicaler ontstaat.

Vanaf een jaar of 11, 12 start een proces richting het ontwikkelen van een volwassen identiteit.

Bij een volwassen identiteit horen:

– stabiele relaties met mensen (huwelijk, relatie)

– betekenisvolle verbindingen (werk, kerk, politiek, maatschappij) en

– een stabiel waarden- en normenpatroon waarbij verantwoordelijkheid, trouw, zorgen voor de ander kernelementen zijn.

Deze criteria staan haaks op onze emotiecultuur, op het moderne accent op leven en doen zoals je voelt. Dat leven heeft niets te maken met authentiek zijn. Centrale criteria voor volwassenheid zijn binding, trouw, accepteren van grenzen en beperkingen. Dat zijn lastige elementen in onze cultuur.

Homoseksualiteit en de kerk

Zoals gezegd is er in feite weinig bekend over aantallen mensen die uit de kerkelijke gemeente vertrekken vanwege hun seksuele gerichtheid. Er is ook niet veel bekend over de worsteling van hen die getrouwd zijn en een gezin hebben, met een gerichtheid op mensen van dezelfde sekse. Sommigen hebben geheime buiten-huwelijkse contacten. Een braak liggend pastoraal aandachtsveld. Dat geldt ook voor hetero’s die er buitenechtelijke relaties op na houden.

Het is niet waar dat alle homo’s en lesbi’s de kerkelijke gemeente verlaten. Er gaan er wel veel, maar zeker niet allen. In de kerkelijke gemeente leven zonder twijfel ook mensen celibatair met homoseksuele of lesbische gevoelens.

Ik spreek met sommigen van hen en hoor hun bereidheid om zich te richten naar Gods Woord. Opvallend bij hen vind ik de insteek om hun leven expliciet breder in te vullen dan hun seksuele oriëntatie.

Als er in de gemeente jongeren of volwassenen zitten met vragen rond hun gerichtheid, hoe staat het dan met de plaats, ruimte, aandacht, aanvaarding van hen?

Ik ben voorzichtig positief over de bereidheid in het pastoraat om zich te verdiepen in hen en hun vragen en moeiten. Vragen over seksualiteit zijn daar een onderdeel van, maar vormen niet de kern.

De ontmoeting tussen kerk of ambtsdrager en het homoseksuele of lesbische gemeentelid moet niet worden gedomineerd door invloeden, laat staan bemoeienis van de liberale samenleving met de kerk.

Er zijn factoren die het pastorale contact hinderen:

  1. In ieder geval bestaat er een taboe rond gerichtheid op mensen van eigen sekse. Dat taboe bestaat bij heteroseksuele gemeenteleden, maar ook bij homoseksuele leden.

Ik stelde eens een lesbische jonge vrouw voor om haar ouders en omgeving te vertellen dat ze zich aangetrokken voelt tot vrouwen en niet aangetrokken voelt tot jonge mannen. ‘Dat doe ik niet’, was de directe reactie. Het zou te schokkend zijn voor haar omgeving. Terwijl zij wel aan studievriendinnen van buiten de kerk duidelijk maakte zich te willen onthouden van seksuele contacten met een vrouw omdat de Bijbel dat verbiedt.

2. Een ander element is dat er sprake is van onvaardigheid en onzekerheid is om over seksualiteit te praten. Als je nooit over seks praat in kerk en gezin dan wordt het er niet gemakkelijker op.

3. De manier waarop COC en andere belangengroepen spreken over de traditionele Schriftvisie en opvattingen van kerken, helpt niet mee om een ontspannen, breed ingestoken gesprek vanuit de kerk te voeren. Er zijn overigens wel organisaties die zich neutraal willen opstellen (zie de speerpunten op www.verscheurd.nl ) maar het is de vraag of dit mogelijk is. Neutraliteit is al een keus.

4. Een andere factor is de geslotenheid van gemeenteleden die worstelen met homoseksuele gevoelens en verlangens. Het moment van coming out wordt lang uitgesteld.

Als het gezin verrast wordt door een gezinslid dat naar buiten komt met zijn/haar ‘geheim’, dan ligt dat voor het pastoraat en de gemeente meestal niet anders.

Het zou veel schelen als jongeren vanaf het prille begin dat ze vragen krijgen over hun seksuele gerichtheid die vragen met een vertrouwenspersoon, een ouderling, predikant, diaken of ander gemeentelid zouden delen. Lesmateriaal op scholen helpt hierbij.

We mogen niet vergeten dat 40% van de jongeren met vragen over oriëntatie suïcide gedachten heeft gehad. De sombere stemming die daarbij hoort moet overigens wel in een breder kader geplaatst worden dan alleen hun twijfels over seksuele oriëntatie.

Bijbel: de mens als schepsel aanvaard

Ik rond af. Er is vanuit de kerk juist ook een positieve boodschap. Er is pastoraat. Het pastoraat richt zich altijd vanuit de Bijbel op de gehele mens en niet op een stukje ervan. De Bijbel schetst de mens als een beelddrager van God, hoewel een gevallen beelddrager. De Bijbel geeft de schepping een doel: het verheerlijken van God door Hem te dienen. De Bijbel benoemt dat de mens in de zonde gevallen is, maar zij stelt ook centraal dat er door de vernieuwing door de Heilige Geest herstel van de meest fundamentele relatie mogelijk is: die met God, Die schiep en onderhoudt. Als de mens een nieuw hart, nieuw leven krijgt, is hij van Christus die door Zijn heilige Geest in hem woont en hem van binnenuit vernieuwt.

Die vernieuwing eert God en is een weldaad voor de mens. Die vernieuwing grijpt in op alle levensterreinen, onder ander die van mijn denken, doen en laten, verlangens en dromen. Dát is het doel en het uitgangspunt om te leven.

Er moet een blijvende openheid zijn, ook voor ontkoppelaars, dus mensen die de gemeente hebben verlaten en relaties zijn aangegaan die de Bijbel verbiedt. Aanvaarden van mensen is heilzaam en bijbels. Het is iets anders dan accepteren en verantwoordelijkheid nemen voor hun keuzes en gedrag.

Ten slotte een citaat van de samenvatting van Studierapport van de CGK van 2013:

De kwetsbaren moeten in de gemeente een veiligheid vinden die omsloten is door heiligheid. Deze heiligheid krijgt gestalte in de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Zo staat ook in het pastoraat liefde niet tegenover gebod. Noch het eigen gevoel, noch de publieke opinie kunnen zoveel zegen beloven als de weg van Gods Woord. (Samenvatting, pag. 7)

Literatuur ter oriëntatie

Butterfield, Rosaria, Een onwaarschijnlijke bekering, 2014

Butterfield, Rosaria, Openness unhindered, 2015

Christelijke Gereformeerde Kerken, Studierapport homoseksualiteit en homoseksuele relaties, 2013

Dallas, Joe, Een antwoord op de homotheologie, 2002

DeYoung, Kevin, Wat de Bijbel werkelijk leert over homoseksualiteit, 2016

Fieret, W. , Verbinders, schakelaars & ontkoppelaars in uw gemeente, 2014

Howard, Jeanette, Leunend op mijn Geliefde, Leven met lesbische gevoelens, 2005

Molenaar, T.E. e.a., Homofilie en de christelijke gemeente, Ervaringen, pastoraat en hulpverlening, 1990

Noordam, Jan, De huiver van Leviticus, 1994

Nunn, Philip, Homoseksualiteit, Bijbels-pastorale overwegingen in de 21e eeuw, 2012

Prosman, Ad, Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit, Een poging tot verheldering, 2013

Seldenrijk, R., Als je je anders voelt, homofiele gerichtheid, homoseksualiteit, transseksualiteit en de christelijke gemeente, 2004

Siebesma, Reitze,  Brieven aan christenen met homoseksuele gevoelens, 2010

Siebesma, Reitze, Homoseksualiteit en de Bijbel, 2010

Wijngaarden, Herman van, Oké, ik ben dus homo, Over homoseksualiteit en het volgen van Jezus, 2014

Verscheurd.nl     (Lee, Justin,  Verscheurd)

De 4 speerpunten van Verscheurd zijn:

  • Openheid: open en eerlijke gesprekken over homoseksualiteit en geloven bevorderen
  • Waarheid: d.m.v. goede informatie vooroordelen en onwetendheid wegnemen
  • Verbinding brengen tussen christenen met verschillende overtuigingen ten aanzien van homoseksualiteit en christen-zijn.
  • Ondersteuning voor homoseksuele christenen, hun familie, vrienden en voor leiders

Verscheurd neemt zelf geen standpunt in over het al dan niet geoorloofd zijn van homoseksuele relaties maar biedt ruimte om standpunten te delen.

Mensen met een andere geaardheid